terug
LIMBURG
(B)
Vlaamse
provincie. Telt minder brouwerijen dan de Nederlandse helft, maar wel
twee gigantjes
(Alken en Martens). Verder een trappist, een heilige, een stoere bink
en een stoere West-Vlaamse.
Bierfirma
ACHELSE
KLUIS

De
Sint-Benedictusabdij van Achel, beter bekend als de Achelse
Kluis, ligt aan weerszijden van de Belgisch-Nederlandse grens,
tussen Hamont-Achel en Valkenswaard. De Achelse Kluis is een
trappistenabdij en mag dus een trappist brouwen. Daarvoor heb je wel een
brouwinstallatie nodig.
De
eerste brouwerij werd in 1852 operationeel en verdween tijdens de Eerste
Wereldoorlog. Sedert 1914 lag de brouwerij stil, in 1917 werd de
brouwinstallatie gevorderd door de Duitse bezetters en afgevoerd. De
brouwerij werd niet meer opgestart …
…
tot 1998. Toen werd in een van de oude stallen een nieuwe brouwerij geïnstalleerd.
De eerste twee bieren waren blond van kleur en hadden een
alcoholpercentage van 4 en 6%. Doordrinkbieren voor de fietsers en
wandelaars die de Kempen doorkruisen. Iets later kwam er een bruin bier
bij van 5%.
In
2001 ging het roer alweer om. Het proeflokaal bij de brouwerij schenkt
een blond en een bruin bier van
het vat. Beide hebben 5% alcohol. Een blond en bruin bier van 8% worden
afgevuld op fles. Vooral de Bruine 8 mag er zijn.
BROUWERIJ
VAN ALKEN
De
Brouwerij van Alken heeft twee stichtingsjaren. Allereerst 1883. Dan
begint Arthur Boes met een landelijk brouwerijtje, zoals er dan zovele
zijn in België. Het echte begin van de Brouwerij van Alken is echter
het jaar 1923. De zoon van Arthur, Edward Boes, en de brouwingenieur
Jozef Indekeu uit Meeuwen leggen, op initiatief van de Leuvense
hoogleraar Leon Verhelst, de basis voor wat de grootste
lage-gistingsbrouwerij van de beide Limburgen zal worden.
De
eerste twee bieren van lage gisting zijn de Bock Alken en de Alk, uit
1924. In 1928 creëren Boes en Indekeu de eerste Belgische pilsener naar
Tsjechisch model: Cristal
Alken. De kenmerken: blond, hopbitter en een nieuw flesje van 25 cl,
in afwijking van de standaardflessen van 33 en 75 cl. Mag er nog pils
zijn? Alken groeit en groeit, niet in het minst dankzij de
onvoorwaardelijke steun van de Limburgse mijnwerkers.
Ook
bewandelt de Brouwerij van Alken het overnamepad. In de 60-er jaren
worden o.m. GéVé uit Braine-l'Alleud, Callebaut uit Wieze, de
Brouwerij van Kerkom en Maes uit het Nederlandse Stramproy aan de
zegekar gebonden.
Wie
groter groeit, wordt soms een jager en soms gejaagd. In 1978 gaat de
Brouwerij van Alken over in handen van de Franse BSN-Danonedochter
Kronenbourg (Elzas). Alken brouwt vanaf dat moment Cristal Alken,
Alken-tafelbieren, Kronenbourg en de luxepilsener Kronenbourg
1664.
In
1982 neemt de Brouwerij van Alken de brouwerij Anglo-Belge uit Zulte
(Oost-Vlaanderen) over: Zulte sluit, Anglo-pils wordt een etiketbier en
het typisch Vlaamse bier Anglo Oud Bruin verandert van giststam (van
boven- naar ondergisting), van plaats (Alken) en van naam: Zulte. De
naam van de groep verandert in Brouwerijen Alken-Kronenbourg.
Inmiddels
is een andere Vlaamse brouwerij, Maes
uit Waarloos, in handen van Kronenbourg gekomen. In 1988 gaan
Alken-Kronenbourg en Maes samen. Maes brengt de Waalse brouwerij Union
uit Jumet mee, alwaar de populaire Grimbergen-abdijbieren
worden gebrouwen. Twee lambikbrouwerijen komen de Alken-Maesgroep
versterken, Mort
Subite uit Kobbegem en Eylenbosch uit Schepdaal. Dat is er in de
wereld van het grootschalig denken een teveel. De groep kiest voor Mort
Subite.

Nog
even wat overnames en sluitingen. Het witbier Brugs
verhuist van de Brugse brouwerij De Gouden Boom (inmiddels gesloten)
naar Alken-Maes. In juni 2000 neemt Scottish & Newcastle, de
brouwgroep van het Britse Scottish Courage, Alken-Maes en Kronenbourg
over van Danone. In 2002 koopt Alken-Maes dan weer brouwerij Louwaege
(spreek uit: Loewaazj) uit Kortemark, maker van het uitstekende Hapkin.
Tegelijkertijd kondigt de groep aan de pilsbrouwerij in Waarloos en
Louwaege te sluiten. De Hapkin blijft. Dat geldt sinds 2007 niet langer
voor de brouwerij in Jumet. De productie van hoge- en lagegistingsbieren
wordt in Alken geconcentreerd, de spontane gisting in Kobbegem.
In
2008 wordt S&N overgenomen door Heineken en het Deense Carlsberg,
die de inboedel verdelen. De Belgische onderdelen gaan naar Heineken.
Omdat Heineken via zijn brouwerij in Opwijk reeds in bezit is van de
Affligem-abdijbieren, gaat het merk Grimbergen naar Carlsberg, maar
wordt het wel door Heineken in België gebrouwen.
Uiteraard
blijft de Cristal. In 2008 wordt er gelegenheid van zijn tachtigste
verjaardag de Cristal
1928 met een iets hogere densiteit dan de gewone Cristal gebrouwen.
De Maes Pils krijgt van Heineken een nieuwe receptuur, die het bier een
opwaartse trend moet verlenen.
BROUWERIJ
VAN KERKOM
De
Brouwerij van
Kerkom werd in 1878 opgericht door Evarist Clerinx. De
hoeve-boerderij-brouwerij ligt even buiten de bebouwde kom van Kerkom,
aan de steenweg van Sint-Truiden naar Namen.
Tot
1968 is de Brouwerij van Kerkom een typische streekbierbrouwerij, die
uiteindelijk de concurrentieslag met de pilsbrouwers niet aan kan.
Brouwer Jean Clerinx stopt de brouwactiviteiten en aanvaardt een baan
bij Cristal Alken.
Na
zijn pensionering heropent Jean de familiebrouwerij en laat de streek
van Sint-Truiden kennismaken met de Bink. Jean kiest voor een blond,
droogbitter bier met een laag alcoholgehalte (5,5%), waar de meeste
(nieuwe) Belgische brouwers kiezen voor het gemakkelijke zoete product.
Later komt er een iets zoetere donkere Bink bij. Volgens Jean om de
dames te plezieren, die hem nogal eens om een Leffe Bruin vroegen.
Eind
90-er jaren wordt Jean geconfronteerd met een probleem dat vele brouwers
kennen. Geen van beide kinderen wil de brouwerij overnemen. Gelukkig
vindt Jean in Marc Limet een bierenthousiasteling, die de brouwerij in
1999 onder de arm neemt, de bieren opnieuw op punt stelt en de
openingstijden van de brouwerij verruimt. Ook creëert Marc meteen twee
nieuwe Binkbieren: Bloesem Bink en Winterkoninkske. De Bloesem Bink is
een lentebier en wordt met perenstroop verrijkt. Winterkoninkske is voor
het koude seizoen.
Naar
aanleiding van het 125-jarig bestaan van de brouwerij herintroduceert
Marc Limet het versnijbier Reuss op basis van zijn Bink Blond en lambik
uit het Pajottenland. Ook mogen wij ons verheugen in de Kerkomse Tripel,
het paradepaardje van de brouwerij, afgevuld in 75cl-flessen.
Voor
Sint-Truiden introduceert Marc Limet het abdijbier Adelardus in de
varianten Bruin (kruidig) en Tripel (fruitig-kruidig).
In
afwachting van de nieuwe brouwinstallatie worden de Kerkom-bieren
tijdelijk gebrouwen bij Sint-Jozef in Opitter.
DE
DOOL
Het
domein Ter Doolen ligt in Helchteren, deelgemeente van
Houthalen-Helchteren en zou bezit zijn geweest van de abdij van
Sint-Truiden. Centraal ligt het kasteel. In de omringende abdijhoeve
brachten Mieke Desplenter (de familie die groot werd met de
Riva-brouwerij in Dentergem) en haar (inmiddels ex-) echtgenoot Mike
Janssen in 1994 een nieuwe brouwerij
onder.
Ter
Dolen Blond, het eerste bier van de brouwerij, wordt een groot succes,
dankzij de bij een groot publiek aanslaande zachte smaak en de aan Theofiel
Boemerang ontleende enthousiaste verkooptechnieken van Mike Janssen.
Behalve
Ter Dolen Blond, 6,1%, brouwt de brouwerij van Mieke Desplenter ook een
Double Dark van 7,1%, een Tripel van 8,1%. De jongste telg is een kriek
van 4,5% op basis van witbier en vers kriekensap
.
BROUWERIJ
MARTENS

Een
bescheiden brouwer.
Ooit bood een charmante vertegenwoordigster een Martens-pils aan, onder
het motto: "Een eerlijke pils van een kleine brouwerij!" Een
brouwerij met een jaarproductie op dat moment van 1 miljoen hectoliter
is ons inziens geen 'kleine' brouwerij.
De
bieren van Martens zijn Martens Pils, Martens Tafel Stout, het reeds
lang bestaande paradepaardje Sezoens en de Sezoens Quattro. Samen met
Sint Jozef in Opitter commercialiseert Martens Limburgse Witte. Martens
brouwt heel veel pilseners (lagerbieren) in allerlei densiteiten voor
buitenlandse markten.
De
Martens-bieren en een deel van de rest worden in Bocholt gebrouwen. De
capaciteit is 1,3 miljoen hectoliter. In Kaulille staat de gloednieuwe
tweede brouwerij van Martens, waarin een continue brouwzaal en een
hypermoderne vergistingseenheid zijn ondergebracht en waar per dag 8500
hl bier vrijkomt. Deze brouwerij heeft een maximum capaciteit van drie
miljoen hecto. In Kaulille staat ook de fabriek voor de productie van
voor het afvullen van bier geschikt gemaakte PET-flessen.
Niet
vergeten mogen we het schitterende biermuseum,
dat gesticht werd door de inmiddels overleden oud-directeur Jean Martens.

SINT
JOZEF

De
19e-eeuwse brouwerij Sint
Jozef staat midden in de dorpskern van Opitter, deelgemeente van
Bree. Oorspronkelijk is de familienaam Vissers aan de brouwerij
verbonden. Deze verandert in Cornelissen als in het begin van de 20e
eeuw een van de Vissers-dochters met Jozef Cornelissen trouwt. JC, de
afkorting die op vele bierglazen prijkt, schijnt garant te staan voor
kwaliteit. Op religieus gebied, op het voetbalveld en blijkbaar dus ook
op biergebied.
Jaak,
een van de zonen van Jozef Cornelissen, bouwt rond 1934-'35 een nieuwe
brouwhuis, dat toegerust wordt op het brouwen van ondergistend bier. Dit
brouwhuis staat er thans nog, zij het dat er fors geïnvesteerd en
gemoderniseerd is door de huidige directie, onder leiding van Jef
Cornelissen.
Sint
Jozef brouwt eerst en vooral bieren van ondergisting. De Pax Pils en de
Ops-Ale. Deze laatste is ondanks de naam een luxe pilsener, dus van lage
gisting. Een prima, maar onderschat bier, omdat Belgische
‘speciaalbiertjes’ blijkbaar zoet, zwaar en gekruid moeten zijn. Ook
brouwt Sint Jozef een bruin tafelbier.
Vanaf
1970 komt het Kriekenbier in het assortiment. Het betreft de
voortzetting van de Morelle van brouwerij Thys uit Wellen. De Kriek van
Opitter wordt gemaakt op basis van zacht gehopt ondergistend bier en
kersensap. Twintig jaar jonger is het Bosbier, op basis van pils en
bosbessen.
Bij
Limburg horen de Bokkenrijders. Het bier Bokkereyer ontstaat als een
ondergistend amber bier van 6%. Inmiddels is het een bovengistend bier
geworden. Iets voller en fruitiger, maar zonder het zuivere aroma, dat
ondergistende bieren kenmerkt.
En
nu Sint Jozef toch de bovengisting omarmd heeft: met Martens in Bocholt
wordt Limburgse Witte gebrouwen en gedistribueerd. De abdijbieren zijn
Sint Gummarus Dubbel (bruin) en Tripel (blond). Deze bieren gisten sinds
enkele jaren na op fles, hetgeen de kwaliteit zeer ten goede komt.
JESSENHOFKE
Bed
& Breakfast van de familie Jordens in Kuringen bij Hasselt. Gert
Jordens installeerde er een demobrouwerij. Gasten kunnen meehelpen een
proefbrouwsel te maken. Inschrijven is nodig.
Jessenhofke
huisbier wordt op grotere schaal gebrouwen door de ‘Proef’-brouwerij
in Lochristi. Het wordt omschreven als een kruidig blond biertje.
Gelukkig is er matig gekruid, want Jessenhofke presenteert zich als een
evenwichtig aangenaam bier.
©
Peter Kuppers